terug naar de zondagkrant


18 februari 2007
Klik op de foto voor een vergroting

Klas van toen
DELFT
Dit is de eerste klas van de Roomskatholieke school aan het Oosteinde hoek Oranje Plantage. Het is het schooljaar 1947/1948, dus kort na de oorlog. Toen waren het pas grote klassen,
ik tel 55 kinderen en een zuster als leerkracht. In de eerste klas deden we onze eerste heilige communie in een mooie bruidsjurk en later was je bruidsmeisje met die jurk in de processie met witte bloemen. In een hogere klas kreeg je het heilig vormsel toegediend door de bisschop, dan mocht je zelf een naam van een heilige uitkiezen.

Klas 1 van de Rosaschool in het schooljaar 1947-1948, met op de bovenste rij van links naar rechts Anneke de Bruin, Corrie Overgaag, Ria van Dijk, onbekend, Roos Halkes, Cobie van Dam,
Sjaan van de Drift, Lies Verschuur, Truus Dijkgraaf, zuster Marie Ignatia, Marijke Osendorp, onbekend, Betsie van Stein, Annie Stolk, Wil Verhoef en Miep Kemp.
Op de tweede rij van boven van links naar rechts Annie van der Helm, Wil van Leusden, Babs Wilmer, Corrie de Goey, Riet Steiger, Nimphy Hectors, Fiet van Velsen, Annie de Uil, Tiny van Wissen, Betsie de Wit, onbekend,
Annie Bouwer, Riet Brinkhof en onbekend.
Op de derde rij van boven van links naar rechts Corrie Tetteroo, Corrie van Halderen, Tony Lupker, Sjaan Hageman, Riet Jansen, Truus van Zanten, Toos Romein, Diny van Leeuwen, onbekend, Danny van Wijk,
onbekend, Beppie Nooien, onbekend, onbekend.
Op de onderste rij van links naar rechts Tiny van Leeuwen, onbekend, Wil Maat, Rosemarie van Riet, Astrid Ruigrok, Tiny Starrenburg, Corrie van Winden, Bep Knijnenburg, Erna Schapers, Trudy Nadorp,
Riet Rust en Ria Klein.

Je doopbeloften deed je in de zesde klas. De kleding die je op school droeg moest met een mouwtje zijn en over je lange broek moest je een rok dragen. In de kerk hoorde je een muts of alpinopet op te hebben. Eens in de maand moest je biechten, dan gingen we met de hele klas naar de kerk en dan moest je tegen de pastoor of pater zeggen wat je voor zonden had gedaan. Dat je een snoepje had gepakt, je zusje had geplaagd of als je had gejokt. Het was iedere maand hetzelfde. In sommige klassen was het zo dat je een tik met een liniaal op je hand kreeg als je met links schreef.
Er zaten veel kinderen in de klas van de Delftse middenstand uit de binnenstad. Ook van buiten Abtswoude en Delfgauw en natuurlijk van de directe omgeving. Zelf woonde ik in de Zuiderstraat, er was ook een meisje uit het weeshuis. We hadden schooltijden van 9 tot 12 en van 2 tot 4 uur. Op woensdagmiddag waren we vrij, maar zaterdagochtend moest je nog van 9 tot 12 uur naar school. Er was wel verschil in de klassen op school. De middenstanders gingen meestal naar de opleiding in de vijfde klas, die leerden door. De arbeiderskinderen gingen naar de huishoudschool, die hoefden niet door te leren. Voordat de school begon moesten we allemaal in keurige rechte rijen gaan staan en dan mochten we pas naar binnen. Behalve lezen, schrijven, taal, rekenen en tekenen leerden we ook breien, haken, naaien met de hand en borduren. Voor je cijfer op je rapport moest je een liedje zingen voor de klas. Gymmen deden we in de gymzaal. We moesten dan altijd in de rij gaan staan van klein naar groot. Betsie de Wit was de kleinste in de klas, ik hoorde ook bij de kleinsten. Ik was nummer vijf in de rij. Om de paar jaar moesten we naar de schoolarts. Dat was dokter Hooykaas, een streng uitziende vrouwelijke arts. Mijn zussen en ik werden altijd naar de huisarts gestuurd voor onze voeten. We moesten thuis dan oefeningen doen en kregen steunzolen. In de zesde klas werd ik met nog drie kinderen uit de klas naar de gezondheidskolonie in Boxtel gestuurd, dat was voor zes weken. We werden met de trein weggebracht door een paar vrouwen. In 1953, mijn laatste schooljaar, bestond de Rosaschool 25 jaar. Ik herinner me er niet zoveel meer van, maar het is wel gevierd.

Annie van der Helm