Terug naar vriendennamen

 

 

‘Vakantie’ voor bleekneusjes

De reden van dat ik dit stukje uit de krant heb gekopieerd  is dat ik graag mensen terug zou willen vinden die bij mij in de jaren 1952 en 1954, 6 weken lang per keer in Huize Bethanië (klik op de tekst en er komt een foto tevoorschijn) in Zeist hebben gezeten. Toen ik pas mijn rijbewijs had gehaald, in 1965, was één van mijn eerste ritjes naar Zeist om dit huis terug te vinden, het is me helaas niet gelukt. In, naar ik meen, 1952 zat er bij mij in de groep een meisje dat uit Friesland kwam en ‘Niesje’ heette. De groepsleidster heette ‘zuster Ali’ en was een schat van een mens. Wie oh wie heeft hier ook ‘vakantie’ gehad?

info@jeannebouwmeester.nl.

 

       AMSTERDAM – Marianne Swankhuisen, Klaartje Schweizer en Addy Stoel vertellen het verhaal over een tijd die voorgoed tot het verleden behoort, maar waarop, ook vandaag nog, door velen met weemoed en gemengde gevoelens wordt teruggekeken.

 Menig veertigplusser, die persoonlijk of zijdelings met dit unieke, doch inmiddels verdwenen fenomeen te maken heeft gehad, zal met een glimlach van herkenning dit aardige boek ter hand nemen. Hoewel ze destijds als kind bij het horen van het woord ´vakantiekolonie´ beslist andere voorstellingen moeten hebben gehad, zullen ook hier, bij het verstrijken der jaren, de positieve herinneringen de overhand hebben gekregen op de negatieve.
Een historisch en opmerkelijk tijdsverschijnsel: de ruim vijftig koloniehuizen, verspreid over ons land – aan zee en in de bossen, bedoeld om kinderen van drie tot veertien jaar zes weken in gezonde buitenlucht te laten aansterken. Eten, wassen, rusten en wandelen in straffe regelmaat en discipline! Honderdduizenden kinderen hebben destijds één of meerdere malen zes weken in zo´n koloniehuis doorgebracht.
In feite zijn het vooruitstrevende, liberale artsen geweest aan het eind van de negentiende eeuw, die de relatie tussen gezondheid en leefomgeving onderkenden. Terecht zagen zij onwetendheid op gebied van hygiëne (met name in de arbeiderswijken) als vijand nummer één voor de volksgezondheid. Door hun slechte leef- en woonomstandigheden waren het vooral de arbeiders die extra vatbaar waren voor ziekten. Met name tuberculose en pokken vormden vorige eeuw een permanente bedreiging. Ziekelijke kinderen, in de volksmond ´bleekneusjes´ genoemd, laten aansterken, dat was duidelijk de motivatie van deze pioniers, die de allereerste vakantiekolonies oprichtten. De experimenten bleken zó succesvol dat dit initiatief al snel door verenigingen van diverse gezindten werd nagevolgd.

 Rust, reinheid en regelmaat waren de voornaamste pijlers. Naast het bevorderen van de gezondheid werd echter ook aandacht besteed aan algemene beschaving, zoals omgangsvormen, lichaamsverzorging en tafelmanieren.
Vrolijke en verdrietige herinneringen van – inmiddels volwassen – bleekneuzen komen in deze uitgave ruimschoots aan bod. Bij velen heeft deze tijd een diepe, onuitwisbare indruk achtergelaten; of zij nu in een van de koloniehuizen aan zee (o.a. Egmond of Bergen) of in de bossen (o.a. Bunde, Soest, Onze Woning in Nunspeet) zijn aangesterkt.
Tijden veranderden en ook de koloniehuizen veranderden mee. Na 1970 werden het, na de inwerkingtreding van de AWBZ in 1968, medische kinderhuizen. De herinneringen echter blijven en u kunt ze nu, aan de hand van vele originele foto´s, delen met kinderen en kleinkinderen! Met een overzicht van alle vakantiekoloniehuizen, talrijke foto´s en geraadpleegde literatuur. Voor wie nog méér herinneringen met lotgenoten van weleer wil ophalen: ook op internet zijn er inmiddels praatgroepen over dit uitzonderlijk fenomeen actief!
       

Rieneke Huijbregsen

Onlangs verschenen bij Uitgeverij THOTH te Bussum, ISBN 90 6868 345 4. In de boekhandel te koop voor € 19,90. Deze uitgave is mede tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (VSB fonds).